Schreibenswert

Cultuurhistorie Duits/Nederlands

Bernd Honermann: Arbeitsmann Reichsabeitsdienst 6/212


5 april 1926 Epe/Nordrhein-Westfalen – 

Gronau/Nordrhein-Westfalen 18 september 2012


Zijn ouders wilden dolgraag een dochter en na de geboorte van Bernd rende zijn vader de straat op en riep met de plaatselijke tongval: ‘Hab weer ’n Jung!’ ‘Ik was de grote teleurstelling voor mijn ouders’, vertelt de veteraan. In 1932 ging hij voor het eerst naar school. Het jaar daarna, op 30 januari 1933, nam Hitler de macht over.
Bernd zou de enige zoon zijn, die uit de oorlog terugkeerde: twee waren er gesneuveld en één broer was vermist. Toen hij op 13 juli 1945 uit krijgsgevangenschap eindelijk thuis kwam, zei zijn vader met tranen in de ogen: ‘Nu hebben we vier jongens de oorlog ingestuurd en steeds vroegen wij ons af of we er nog één levend terug zouden zien!’

In 1940 was de oorlog volop aan de gang en de hele klas had moeite met het vinden van een Lehrstelle. Ook Bernd kon geen stageplek vinden. De jongens werden van het kastje naar de muur gestuurd en liepen kilometers door de omgeving om overal tevergeefs om een dienst te vragen. Het werk was er wel. Dat was er zelfs volop. Maar er was geen leermeester te vinden. Ze waren allemaal naar het front gecommandeerd.
Uiteindelijk kon hij als Geselle bij een meester in de leer voor elektricien. Op 26 juli 1943 deed hij examen en slaagde. Hij was dolblij. Thuis wachtte hem alleen geen feestelijk onthaal. In het interview laat hij zien wat voor een gezicht zijn moeder trok, toen hij opgetogen de keuken binnen stapte. Hij vroeg haar onthutst: ‘Wat heb jij nou? Ik ben voor mijn examen geslaagd, maar je bent helemaal niet blij?’ Zijn moeder wees naar de kast. Honermann schrok. Hij kende het van zijn broers die hem reeds voorgegaan waren: Stellungsbefehl! De brief met de oproep voor de RAD werd altijd op dezelfde plek op de kast gezet en dan wist de zoon genoeg. Hij moest zich melden en kwam net als alle andere jongens uit zijn streek in Wassenberg terecht.


Aan het begin van hun opleiding moesten ze eerst nog een ritueel ondergaan. Tijdens de ceremonie stond de hele eenheid op het plein voor de barakken waarin ze gehuisvest waren. In het midden wapperde de hakenkruisvlag. Eén voor één werden de namen opgenoemd en moest de betreffende persoon zich naar voren begeven om zich te melden. Vervolgens moest de eed van trouw afgelegd worden. Weigeren kon niet: ‘Dat ging helemaal niet. Je stond daar midden in het vierkant en dan deed je een stap naar voren, bracht de Hitlergroet en vervolgens bracht je de Fahneneid: ik zweer dat, enzovoorts; stel het je maar eens voor!’

Honermann werd in Eindhoven als K1 aan het zoeklicht opgeleid; hij moest het zoeklicht bedienen en in het geval dat er een vijandelijk vliegtuig in aantocht was, moest hij zien dat hij dat vliegtuig met het zoeklicht kon lokaliseren. Met zijn armen in de lucht laat hij de beweging zien waarmee hij dat probeerde te doen. Hij volgt een patroon binnen een hoek van 90 graden, waarbij hij steeds dezelfde volgorde aanhoudt: ‘En dan moest je steeds omhoog, dan weer naar beneden, opzij en als je het vliegtuig in het vizier had, dan werd onmiddellijk de telefoon opgenomen: Machine opgevangen! En als hij niet hoger was dan 2000 meter, dan schoot de 2 cm Flak!’
In juni 1944 kwam hij in Westervoort bij Arnhem in stelling, maar vlak voordat daar de geallieerde luchtlanding zich inzette, werden ze met hun eenheid nog naar Venlo gestuurd. Daar moesten ze V1 bommen onder de vleugels van de Heinkel 111 nachtjagers monteren. ’s Nachts vlogen deze toestellen richting Engeland en boven de Noordzee werden dan de V1’s afgekoppeld en gelanceerd: ‘Dan kwamen ze met kleine trekkers. Die waren allemaal met zeildoek overdekt en die trokken! Alsof er olifanten achter liepen! En die trekkers reden de hal binnen, die werd gesloten en dan kwamen de vleugels eraan. Hoe, dat weet ik niet meer. Ze waren acht passen lang en kwamen bij mij tot aan mijn koppel als een klein vliegtuigje! En daarbovenop kwam een soort raket en die was gevuld met brandstof. Het duurde zo en zoveel minuten en dan was de brandstof op en moest de V1 los. En dan werd er altijd gezegd, die konden Engeland raken, die konden Londen raken!’


Terug in Westervoort begon op 17 september 1944 de Slag om Arnhem. Ook hun stelling in Westervoort kreeg de volle laag: ‘We hebben elkaar aangekeken, we verstonden elkaar niet … Zeg, is je gehoor beschadigd? We werden van alle kanten gebombardeerd, met van die fragmentatiebommen! Mijn kameraden riepen: Bernd! Laat je vallen! In volle Deckung! Ik kon alleen niet zo snel in mijn schuttersput komen en had me toen ter plekke laten vallen. De volgende dag zei Otto tegen me: Je uniform is kapot! Ja, ik had en kleine scheur vlak onder de koppelriem. Er was een scherf doorheen gegaan! Als ik iets hoger gelegen had, dan was die scherf dwars door mijn zijde gegaan.’ De veteraan lacht, maar kijkt ook bedenkelijk: ‘Hauptvormann Theo Grove overleefde de aanval niet. Hij zat bij de Cesar, het derde vuurmondpeleton van Theo Clausdorff. Bij de oprit van de brug hadden ze een Flakturm gebouwd. Daar zat hij. Toen er gealarmeerd werd, heeft hij het niet meer gehaald en werd met scherven doorzeefd. We hebben hem letterlijk uit het kippengaas moeten snijden, eruit moeten snijden! Alleen al door de kracht van de luchtdruk was hij daar vol in gesmeten. Hij was op slag dood! En enige zoon van een landheer …’


Na de Slag om Arnhem werd hun eenheid naar het Tsjechische Ungarisch-Radisch (Uherské Hradištӗ) getransporteerd. Ze werden daar opnieuw ingedeeld en het grootste deel kreeg een infanterieopleiding. Dit deel werd overgedragen aan de Wehrmacht, hoewel de arbeidsmannen hun uniform behielden. Het andere deel was uitgeselecteerd om verdere opleiding te volgen voor de luchtafweer. Honermann werd aan deze laatste groep toebedeeld. Op 10 februari 1945 werd zijn eenheid terug naar Duitsland bevolen en met de trein reisden ze via Dresden. Daar reden ze op 12 februari om 12 uur ’s middags het station binnen. Omdat ze militair transport waren, kregen ze al om zes uur ’s avonds een nieuwe loc voor de trein en werden ze twintig kilometer verderop bij een rangeerterrein neergezet. Ze zouden plaats hebben moeten maken voor een trein vol met vluchtelingen uit Silezië. Het was vanaf die plek dat Honermann zag hoe ’s avonds om negen uur de eerste geallieerde bommenwerpers op Dresden afvlogen en hun vernietigende last boven de stad loslieten.

Honermann kwam bij de Großkampfbatterie in Bebra, in de deelstaat Hessen, waar hun 88 mm Flakgeschut op 2 april 1945 door Amerikaans geschut werd uitgeschakeld. Die avond kreeg hij te horen dat zijn eenheid de volgende morgen om vier uur klaar moest staan: ‘Voorwaarts mars ging het. We hebben tot ’s avonds aan één stuk gelopen, gelopen, gelopen, de hele dag door!’ Ze werden voor die nacht in een hooischuur ondergebracht: ‘Plotseling kwam er een tienjarig knulletje en zei: Jullie moeten je onmiddellijk overgeven, anders schieten ze ons dorp plat! En toen zeiden we, wat doen we? Het enige wat ik nog had, was een Panzerfaust en wat dan? Door de achterdeur eruit? Maar toen had er één gezegd: Kom, we doen niets meer!’ De veteraan laat zien hoe de kameraad zich met de handen omhoog overgaf. Zo kwam Honermann in de avond van Tweede Paasdag in Amerikaans krijgsgevangenschap.

Weten hoe het afliep?


Lees: Weggemoffeld! Levensverhalen van Duitse Arnhemveteranen.

Het boek is geschreven door drs. Ingrid Maan, die Duitse oorlogsveteranen interviewde over hun jeugdtijd, dienstoproep, inzet aan oost- en westfront, krijgsgevangenschap, terugkeer naar huis, hoe ze hun leven weer opbouwden en hoe ze als oude mannen terugkijken op die beladen tijd.

€ 24,95 - Hardcover, 310 pagina’s met foto’s