Schreibenswert

Cultuurhistorie Duits/Nederlands

Fritz Brosch:  IV. Stabsbatterie / Artillerie-Regiment 352


Sagan (huidige Żagań in Polen) 16 april 1926


Op 28 oktober 1943 kreeg Brosch zijn oproep voor de Reichsarbeitsdienst, waar hij bij de eenheid 4/124 tot Vermesser opgeleid werd. Na slechts drie dagen werd hij daar ontslagen: ‘Ik was al als landmeter opgeleid en had geen opleiding meer nodig. Ik heb mij daarom meteen voor de Wehrmacht aangemeld.’ Nadat hij kon bewijzen dat hij van Arisch bloed was, mocht hij vanaf 1 november 1943 als soldaat bij een artillerie eenheid aantreden: ‘Men heeft mij toen naar alle mogelijke uithoeken gecommandeerd en ik, als jongen van zeventien jaar oud, ging op oorlogspad!’


Hij kwam allereerst bij de reservetroepen, de Stammbatterie 5, Artillerie Ersatz Abteilung 44 en kwam in het Noord-Schlesische Ohlau terecht. Hij haalde daar zijn rijbewijs en dat is nog het weinige wat hij zich nog uit die tijd kan herinneren. Eind november 1943 ging hij op transport naar Normandië waar hij ingedeeld werd bij de Stabsbatterie IV van het Artillerie-Regiment van de 352. Infanterie-Division. Deze divisie was onderdeel van de 7. Armee en stond onder het bevel van Oberbefehlshaber Friedrich Dollmann. Dit leger had de opdracht, het westelijke deel van de Calvadokust te verdedigen bij een eventuele geallieerde aanval: ‘Ik weet nog precies waar we uitgeladen werden: in St. Lô in Normandië.’ 

Later werd hij als vorgeschobener Beobachter overgeplaatst naar een kasteelachtige boerenhoeve dat vlak aan de kust lag: ‘Het was zo’n 40 meter vanaf het strand. We werden als klein onderdeel van onze eenheid in dat ‘Chateau’ ondergebracht.’ En zo belandde Brosch op 6 juni 1944 linea recta aan het westfront. Het staat Brosch op het netvlies gebrand hoe hij de enorme schepen met hun zijde naar de kust gekeerd op zee zag liggen. De vuurmonden van het geschut spuwden doorlopend vuur. Het 15 cm geschut van Brosch’ eenheid stond achter de kust opgesteld in het vrije veld. Langs de kust was de Heeres Küstenartillerie gelegerd, dat gebruik maakte van de dikke betonnen verdedigingswerken van de Atlantikwall. 

Het Artillerie-Regiment van de 352. Infanterie-Division bestond uit veldgeschut dat door paarden getrokken werd. Brosch moest de posities van de doelen voor het geschut bepalen, maar toen de Amerikanen in de loop van 6 en 7 juni vaste voet op de Franse bodem kregen, moest zijn eenheid zich zwaargehavend terugtrekken. De restanten werden onder het bevel van de 3. Fallschirmjäger-Division geplaatst en kregen de opdracht om zich in de heuvels ten noorden van St. Lô te verschansen. Daar raakte Brosch op 18 juni 1944 in hevige gevechten tussen de ruïnes van de gebombardeerde stad verzeild. Ze kregen er flink van langs: ‘De stad was ontruimd, daar was niets meer van over, alles was kapot. Ze hebben dus een dode stad gebombardeerd! Ik heb toen vele beschermengeltjes gehad. Ik lag onder een pantservoertuig en die kreeg een voltreffer. Hij explodeerde en ik kan je vertellen dat ik er echt niet meer groot onder vandaan kwam. We hebben daar 30 tot 40 paarden verloren. We waren een bereden artillerie eenheid met nog een paar paarden en zonder munitie. Alles was op. Door gebrek aan munitie was al het geschut verloren gegaan.’


De eenheid van Brosch wist ternauwernood uit de val van de beruchte Falaise pocket te ontsnappen en trok zich in oostelijke richting terug naar Rouen aan de Seine, waar ze ter hoogte van Elbeuf de Seine moest oversteken. De terugtocht ging moeizaam. Ze kwamen van het ene slagveld in het andere terecht. Onderweg werden ze voortdurend door jachtbommenwerpers aangevallen en daarom reisden ze vooral ’s nachts. Overdag moesten ze zich diep in schuttersputten ingraven of bij een aanval in de greppels duiken. Vlak voor de Seine bij Rouen kwamen ze voor een brug tot stilstand. De brug was nog in tact. In augustus werden vrijwel alle bruggen en Seine-overgangen, waar pontjes ingezet waren om vluchtende troepen over te zetten, door de geallieerden gebombardeerd. De soldaten waren dan ook verbaasd dat de brug er nog stond. Ze kregen van hun eigen commandant Hauptmann Fuchs, die daar met een hoge SS-officier stond, echter geen toegang tot de brug. Ze moesten maar zien hoe ze over de rivier kwamen. Sommigen gaven de moed op en zijn daar gaan wachten tot ze krijgsgevangen gemaakt zouden worden, maar Brosch wist zwemmend een boot van de overkant te halen, waar hij de paarden aan vast bond en uiteindelijk wist hij met een paar kameraden de overkant te halen: ‘Ich war damals ganz mutig! Ik heb daar in het midden van alle chaos de boel een beetje gedelegeerd nietwaar? Ik, als kleine Oberkanonier!’ 

Later, eenmaal in Arnhem zag hij een foto waarop hij in zijn hemd op de boot zit met twee paarden erachter: ‘Die Oberst zei: Ik heb een bijzondere opname! Hij liet het de anderen zien. Toen zag ik mezelf, zittend met mijn blote armen, nietwaar? Niet in uniform! Ik zei: Dat ben ik! Een toeval hè? Hij heeft me toen de foto gegeven.’ Oudere soldaten en mannen die niet konden zwemmen hadden met de paarden een plek gezocht onder de pijlers van de brug, om op hun beurt te wachten voor de oversteek met de sloep. Plotseling doken er weer jachtbommenwerpers op, die de brug bombardeerden: ‘En het erge was dat de Jabos hun lading bij de brug losten, precies op de plek waar de oude soldaten hun wanhoopsdaad begingen. Ik heb alles gezien en het was zo verschrikkelijk! De lijken van kameraden en paarden dreven aan mij voorbij. En er was geen hulp. Dat er niemand van onze eenheid kwam helpen, dat was heel erg! Ik heb daarna totaal geen achting meer gehad voor welke opdracht dan ook. Op geen enkele manier, nietwaar? Dat kwam steeds weer voor, vooral in Russische gevangenschap. Daar was het een spel. Wat ik daar beleefd heb, dat was niet goed.’ 


Brosch overleefde de Slag om Arnhem, werd naar het oostfront gestuurd en werd verliefd op Trude, de kleindochter van de mensen waar hij ingekwartierd lag. Hij vlucht 2x uit Russische krijgsgevangenschap, ruilt zijn paspoort met een gevangene die vrijgelaten werd en wist zo te overleven. Omdat zijn achternaam voortaan ‘Kompsch’ was, heeft het nog lang geduurd tot het Rode Kruis zijn gevluchte moeder had terug gevonden. Brosch trouwde, kreeg kinderen, maar is zijn oorlogsliefde nooit vergeten. In 2015 vond de weduwnaar aan de hand van het boek ‘Weggemoffeld!’ zijn Trude weer terug, die inmiddels net als hij weduwe was. Het haalde de kranten en televisie. Sindsdien vormen ze weer een paar en bezoeken ze elkaar met regelmaat.


Weten wat hij allemaal nog meer meegemaakt heeft? Lees: Weggemoffeld! Levensverhalen van Duitse Arnhemveteranen. Het boek is geschreven door drs. Ingrid Maan, die Duitse oorlogsveteranen interviewde over hun jeugdtijd, dienstoproep, inzet aan oost- en westfront, krijgsgevangenschap, terugkeer naar huis, hoe ze hun leven weer opbouwden en hoe ze als oude mannen terugkijken op die beladen tijd.


€ 24,95 - Hardcover, 310 pagina’s met foto’s