Schreibenswert

Cultuurhistorie Duits/Nederlands

  Wat doet biodiversiteit met de waterkringloop?


'Slimme vegetatie' tegen verdamping van water


Als hij weer eens in het water was gevallen, kreeg Flip Witte er van zijn vader van langs. Nu werkt hij als wateronderzoeker bij KWR Watercycle Research Institute en is hij bijzonder hoogleraar ecohydrologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In zijn vrije tijd is hij wateradviseur bij de Bekenstichting en voorzitter van Vijf Dorpen in ’t Groen in de gemeente Renkum. Op een foto bij een artikel staat de breeduit lachende ecohydroloog in zijn laarzen middenin een snelstromende beek en ik vraag hem of kleine Flip vroeger ook in zijn laarzen aan dammetjes bouwde in beken. Wat doet water met hem en waarom wordt iemand waterwetenschapper?


Foto Flip Witte: Jan van de Lagemaat


Interview met Flip Witte, voorjaar 2016:


ꞌHoe ik waterwetenschapper geworden ben? Ja, dat is psychologie! Ik groeide in Overveen op en daar speelde ik bij de sloten. Daar zaten salamanders en stekelbaarsjes in en die ving ik. Ook bouwde ik een vlot en donderde regelmatig in dat water. Dan kwam ik thuis en zei mijn moeder: ꞌWacht maar totdat papa thuis is!ꞌ en dan kreeg ik op mijn flikker! Dat water had een enorme aantrekkingskracht en nog steeds vind ik een sloot met waterplanten en beesten erin zo fascinerend! Dan kan ik helemaal wegdromen.
Ik was helemaal niet van plan om waterwetenschapper te worden. Ik was een laatbloeier; twee keer blijven zitten op de lagere school, toen mavo, havo en 6 atheneum. Daarna moest ik in militaire dienst en toen dacht ik, nou vooruit, een jaartje dienst kan nog wel. Ik moest de hele ochtend in de rij staan om een kogel af te schieten en na twee weken dacht ik, bekijk het maar, dit vind ik zonde van mijn tijd en mijn leven. Toen ik mij liet afkeuren, waar ik nu overigens niet bepaald trots op ben, moest ik van mijn moeder gaan studeren. Ik had wel van milieuhygiëne in Wageningen gehoord en wilde in die tijd de wereld gaan verbeteren. Eerst moest ik echter nog allemaal vakken inhalen omdat ik te laat was. De hele dag zat ik met reageerbuisjes te pipetteren en al die vluchtige dampen … ik vond het helemaal niks! Toen hoorde ik dat er ook een opleiding cultuurtechniek was en daar kon ik me specialiseren in natuur- en waterbeheer. Daar heb ik toen voor gekozen. Tijdens de studie vergaarde ik veel kennis en ik hoorde dat de natuur in Nederland verdroogd was. Vervolgens ben ik toen iets met hydrologie gaan doen.


Niet overal de boel lekprikken!

Ik ben bij het KWR begonnen vooral om te kijken wat het effect van waterbeheer op de natuur is en dan specifiek voor de drinkwaterbedrijven, omdat zij willen weten wat het oppompen van grondwater voor gevolg heeft voor de natuurdoelen die wij verplicht zijn om in stand te houden. Daar heb ik een model voor de Amsterdamse Waterleidingduinen gemaakt en later is dat model uitgerold over alle duinen. Dit model wordt bijvoorbeeld gebruikt voor milieu-effectrapportages; het gezag is verplicht om bij grote projecten die rapportages uit te voeren. Als je namelijk flink gaat ingrijpen in het milieu door bijvoorbeeld ergens water op te pompen, dan moet daarvan eerst het effect op de natuur onderzocht worden. Het model is nu ook toe te passen op de rest van Nederland. Het wordt nu ook geschikt gemaakt om te berekenen wat de effecten zijn van klimaatverandering op de natuur. Het onderzoek doe ik samen met collega’s en aio’s. Ik zit voornamelijk achter de computer, mijn aio’s mogen het veld in. Dat mag ik in mijn vrije tijd doen.

De verdroging van de natuur komt vooral door de landbouw, dat een laag waterpeil wil. In de Gelderse vallei is er een blauwgrasland dat afhankelijk is van Veluwewater dat onder het gebied omhoog stroomt. De beste manier om dit kwelwater in het gebied te krijgen, is het peil van het riviertje de Grift met een decimeter te verhogen. Omdat een deel van de boeren daarop tegen is, wil men nu onder het natuurgebied gaten in de kleilaag boren, zodat het kwelwater heel lokaal het natuurgebied in kan stromen. Dit kost veel geld, is eigenlijk totaal niet te verantwoorden en draagt alleen maar bij aan de verdroging van de Veluwe. Je wilt dat het water van de Veluwe naar de beken stroomt. Als je die bodem lek maakt, gaten gaat graven, dan stroomt het niet naar de beken toe, maar verdwijnt het water ergens anders. Je moet niet overal de boel dus zomaar lekprikken!


Verdamping is onzichtbaar, 

maar kun je wel sturen met 'slimme vegetatie'


De strategische zoetwatervoorraden onder de Veluwe zijn van groot belang voor de drinkwaterbedrijven. De Veluwe is de grootste zoetwaterbel van Nederland. Het is geweldig drinkwater, maar die grote voorraden worden gevoed door neerslag die er na verdamping nog overblijft. Omdat de verdamping van de Veluwe slecht bekend is, ben ik me dus op de Veluwe gaan richten. In plaats van te kijken naar wat water doet met biodiversiteit, ben ik gaan onderzoeken wat de biodiversiteit met de waterkringloop doet. Er is genoeg water op de Veluwe om mensen van drinkwater te voorzien, maar er gaat ook veel water verloren door verdamping en dat heeft gevolgen voor de beken en ons blauwgrasland. Deze waardevolle natuur wil ook water hebben! Sinds een eeuw hebben we weliswaar ongeveer 30% meer neerslag, maar er stroomt toch minder water door de beken. Ik heb kaartmateriaal van een paar jaar geleden waarop geïnventariseerd is welke beektrajecten droogvallen langs de Veluwe. Dat is aanzienlijk. Toen ik hier kwam wonen dacht ik, die beken in Oosterbeek zijn heel leuk, die kan je makkelijk onderzoeken. Ze hebben van die kleine stuwtjes en daar kan je een emmer onder hangen en zo de afvoeren meten. Niks aan de hand dacht ik, totdat ik metingen bij de Gielenbeek deed: vijf liter per seconde! Er bestaat een aquarel van die beek uit 1858, van Maria Vos. Daarop is een watermolen te zien met een rad van zeker drie meter. Die krijg je niet aan de praat met vijf liter water per seconde!
De lage grondwaterstand van de Veluwe wordt niet aangevuld door die plensbuien waar we steeds vaker mee te maken krijgen. Het water dat na verdamping nog over is, stroomt eerst naar beneden via de ‘onverzadigde zone’. Dat is nog boven de grondwaterspiegel. Het kan nog lang duren voordat het regenwater het grondwater bereikt en dan moet het nog naar de Veluwerand stromen om de beken te voeden. De waterafvoeren van nu kun je niet meer in verband brengen met de ooit gegraven sprengbeken en de molens die hier vroeger stonden.
Enerzijds komt dat doordat er veel grondwater gewonnen wordt en doordat de omgeving dieper is ontwaterd, zoals de Betuwe, de Gelderse Vallei en de Flevopolders. De hele omgeving is daardoor naar beneden gegaan. De Gelderse Vallei was vroeger veel natter, je had er zelfs een uitgestrekt hoogveengebied (bij Veenendaal). Dat is allemaal verdwenen en het hele peil is gezakt. Anderzijds is het landschap ook veel dichter geworden. Vooral in de jaren 1930 is er enorm veel naaldhout aangeplant voor de mijnbouw. Natuurterreinen zijn dichtgegroeid door bezuinigingen op natuurbeheer en de aanvoer van stikstof uit de lucht. Door al die begroeiing gaat heel wat van de neerslag rechtstreeks via verdamping de lucht weer in. Mensen zien niet dat het een verlies is, maar er gaat twee keer zoveel water de lucht in, dan dat er door onze beken en rivieren stroomt. Verdamping is onzichtbaar, maar kun je wel sturen met een ‘slimme vegetatie’.


Er zijn voorspellingen dat de afvoer van de grote rivieren 

in de zomer beduidend lager gaat worden


Je moet erover nadenken. Verdamping kun je uitrekenen en daar moet de Provincie in haar beleid rekening mee houden. Het omzetten van Douglasbos in loofbos, het bestrijden van vogelkers in de duinen en het bevorderen van mossen en korstmossen in de natuur doe je niet alleen omdat het een Europese verplichting is, maar ook omdat het zich terugverdient. Wanneer je naar de klimaatverandering kijkt, dan zou het wel eens zo kunnen zijn dat de Veluwe belangrijker wordt voor de rest van Nederland. Vorig jaar al werd er Veluwewater naar het westen van Nederland getransporteerd omdat ze daar een watertekort hadden. Er zijn voorspellingen dat de afvoer van de grote rivieren in de zomer beduidend lager gaat worden. De waterkwaliteit bij die lagere afvoeren is vaak zeer slecht. Als we dus heel weinig water in onze rivieren krijgen, kan er een innamestop komen voor het vullen van spaarbekkens en het infiltreren van rivierwater in de duinen. Minder water voor de spaarbekkens en de duinen zou dus best eens kunnen betekenen dat de Veluwe belangrijker gaat worden.

Vroeger had ik als student geen carrièredoel en ik heb dat ook nooit gehad. Aan de universiteit heb ik stuk voor stuk goede studenten, aio’s. Het zijn heel gemotiveerde mensen en veel meer volwassen en knapper dan ik destijds was. Het verbaast mij echter dat ze al heel jong willen weten wat ze later willen worden. In mijn studententijd waren we niet bezig met carrière maken, maar met hoe we goede mensen konden worden, later. We hadden het er laatst met vrienden nog over. Een goed mens is iemand die niet voor zichzelf kiest, geen geld of succes najaagt, maar iemand die probeert om gewetensvol en kritisch op zichzelf te zijn, die zich afvraagt of zijn motieven allemaal wel zuiver zijn en of hij niet alleen aan eigen belang denkt. Ook in mijn werk ben ik niet bezig met de lange termijn planning. Ik probeer mijn werk zo goed mogelijk uit te voeren en daar mijn plezier uit te halen. De budgetten voor ecologisch onderzoek gaan ook niet zo ver. Je haalt geld binnen en dan kan je een tijdje vooruit, maar dan moet je weer zien, hoe verder? 


Ken je de kaart van Christiaan sGrooten? 

Dat is een geweldige kaart van de Veluwe uit 1558


Als onderzoeker ben ik afhankelijk van bijvoorbeeld drinkwaterbedrijven. Daar kan ik als medewerker van KWR ieder jaar weer een financieringsaanvraag indienen en dat verloopt meestal wel goed. Verder heb je subsidieprogramma’s voor het aantrekken van aio’s, maar de slagingskansen daarvan zijn niet heel erg hoog. Tevens financieren de provincies wat en STOWA, die namens de Waterschappen onderzoek financiert en coördineert. We hebben zojuist ook een Europese subsidie binnen gehaald voor een internationaal project, BINGO geheten. In dat project heb ik natuurlijk de Veluwe opgevoerd, dus het Veluwe grondwaterprobleem zit nu ook in BINGO! We gaan verdampingsmetingen op de Veluwe doen. We stoppen oude landgebruiken, bijvoorbeeld de vegetatie in 1850, in een hydrologisch model en kijken dan wat er met de bekenafvoeren gaat gebeuren. Ik denk dat de hoeveelheid water enorm gaat toenemen. Ken je de kaart van Christiaan sGrooten? Dat is een geweldige kaart van de Veluwe uit 1558. Je ziet daarop een beetje bebossing op de stuwwallen. De stuwwal van Renkum naar Dieren is bebost en ook die van Wageningen naar Ede, maar daartussenin zit een grote kale zandvlakte. Een totaal ander landschap was dat! Dat moet een enorme invloed hebben gehad op de afvoer van de beken. Verzanding is dus goed voor het grondwaterpeil van de Veluwe. Mensen houden echter van bos, dus als je nou werkt aan verlovering van het Douglasbos, dan heb je nog steeds bos en dat scheelt al gauw 300 mm per jaar. Dat is 3.000 kubieke meter per hectare. Ik kan wel overdrijven, maar dat is 3 miljoen liter en dat is gelijk aan het leidingwaterverbruik van zestig mensen. Per hectare zestig mensen! Stel je maar eens twee voetbalvelden voor. Dan heb je 44 spelers en dan nog scheidsrechters etc. erbij, en al die mensen kunnen we dus van water voorzien, niet alleen drinkwater, maar ook om de auto mee te wassen en de tuin te besproeien! Ik weet dat de Provincie er heel serieus mee bezig is, maar of het goede beleid wordt uitgevoerd? Ik heb het idee dat daar nogal wat kan gebeuren.ꞌ


Dit interview is gepubliceerd in: De Wijerd, Stichting tot Behoud van de Veluwse Sprengen en Beken, jaargang 37 nummer 4, december 2016, pag. 28-30. ISSN 1382-8738