Schreibenswert

Cultuurhistorie Duits/Nederlands

Werner Krüger:  Sturmmann: Richtschütze Jagdpanzer IV

9. SS-Panzer-Division ‘Hohenstaufen’


Lemgo 24 april 1926


In 1984 was hij al teruggekeerd naar zijn oorlogsherinneringen. Hij wilde in Oosterbeek bij de Airbornebegraafplaats de herdenkingsdienst bijwonen, maar kreeg te horen dat hij een unerwünschter Gast zou zijn. Nu, in 2010, stond hij voor de balie van het Airborne Museum ‘Hartenstein’ in Oosterbeek waar ze hem vroegen of hij al eerder het museum bezocht had: jawel, in 1944!


Werner Krüger wist al heel vroeg dat hij leraar wilde worden. Hij ging meteen na zijn schooltijd op veertienjarige leeftijd naar de lerarenopleiding in Graudenz, gelegen in het huidige Polen, waar hij in een internaat verbleef. De veteraan vergelijkt de opleiding met een cadettenopleiding in het leger. In eindeloze wandelmarsen leerden de jonge knapen exerceren: linksom! Rechtsom! Hij zegt in geen enkele wijze op school geïndoctrineerd te zijn geweest, maar even later vertelt hij dat er wel een paar fanatieke leraren waren die in prachtige uniformen voor de klas stonden. Jungmann Krüger keek vol ontzag naar al die pracht en praal; had hij toch ook maar zo’n schitterend uniform! Deze docenten lieten niet na om hun politieke mening te verkondigen en menigmaal hoorden de Jungmannen: ‘Oh du! Naar de elitentroepen moet je! Panzer, Waffen-SS, daar gaat het toch überhaupt allemaal om! Auch du, ja! Jij kunt ook zo’n elitesoldaat worden!’ Krüger liet zich helemaal gek maken en rook het avontuur al. Hij had helemaal geen zin meer in die schoolbankjes en al gauw had hij nog maar één wens: naar de Waffen-SS! Als zeventienjarige wist hij door de keuring heen te komen door op zijn tenen te gaan staan, want hij kwam nog wat lengte te kort. Hij schudt nu meewarig zijn hoofd: ‘Vandaag zou iedereen zeggen: die idioot! Had er zo makkelijk onderuit gekund! Nee. In die tijd waren we zo … tegenwoordig zou men zeggen ‘opgefokt’ door onze docenten.’


Voordat hij echt de oorlog in moest, kreeg hij eerst nog bijzonder verlof. In de winter van 1942/1943 had hij aan een nationale scholierenwedstrijd meegedaan. De scholieren moesten een aanplakbiljet voor de Duitse Hanzesteden ontwerpen. Het leverde hem de Reichssiegerpreis op en hij kreeg verlof om die prijs in ontvangst te nemen. Op zijn oorkonde stond: ‘Dem Jungmannführer Werner Krüger als Dank und Anerkennung für Seine in der Gemeinschaft der Lehrerausbildungsanstalt Graudenz geleistete Arbeit.’ Hij kreeg een driedaagse vaart in een onderzeeboot aangeboden. Krüger zag het avontuur onder water helemaal niet zitten, maar hij was ertoe verplicht. Een zeeman zou hij nooit worden.


Op 15 januari 1944 werd hij als oorlogsvrijwilliger naar de stad Rastenburg gestuurd in Ostpreußen, waar hij op het Carlshof een opleiding als Panzerjäger bij de SS-Panzerjäger-Ausbildungs-und-Ersatz-Abteilung 1 kreeg: ‘Het was er verschrikkelijk, onmenselijk! We werden niet als mensen behandeld. Ons was geleerd dat de mens, de rekruut, een niets was, een nul! Die lui daar haalden allemaal zogenaamd leuke grappen uit! Zo moesten we op eerste paasdag tijdens een sneeuwbui de totale inboedel van de kazerne naar de buitenplaats verslepen en daar ordelijk in rijen opstellen. Had het lef niet naar het waarom van de opdracht te vragen, want dan zou je een nog ergere straf krijgen. Eigenlijk was het een toonbeeld van wat de tijd met ons jongelui van plan was en ook heeft uitgevoerd: geen eigen mening hebben, geen twijfel uiten, geen vragen stellen. Het bevel is heilig, wat opgedragen werd, duldde geen tegenspraak. Zo werden wij opgevoed!’


Vanaf eind mei 1944 kwam Krüger als achttienjarige Sturmmann van de Waffen-SS midden in de gevechtshandelingen aan het oostfront terecht en daarmee was zijn vurige wens vervuld: het avontuur kon beginnen: ‘De 9. SS-Panzer-Division ‘Hohenstaufen’ had een lange mars achter de rug en zat in de Oekraïne in de buurt van Tarnopol. Ik zou mij moeten gaan aansluiten bij deze divisie. En toen kreeg ik een marsbevel naar Lemberg, dat toen nog in Galicië lag.’ Het was de bedoeling dat hij met de trein vanaf Aarhus doorreisde naar Silezië waar hij via de plaatsen Breslau naar het Poolse Kraków moest zien te komen. Van daaruit zou hij vervolgens naar het Oekraïense front moeten gaan, maar zover kwam hij helemaal niet. In Breslau trof hij een complete chaos aan. De divisie was op terugtocht en had grote haast. De invasie van de geallieerden had zich op 6 juni ingezet en de ‘Hohenstaufen’ waren bezig om alles in de trein te laden voor een spoedtransport naar het westfront. De jonge soldaten kregen het bevel om met de trein naar Parijs te reizen. Van daaruit ging het per autobustransport verder naar Argentan. Eenmaal daar aangekomen wachtte hen een onaangename verrassing: ‘Daar werd ons gezegd: Er wordt een nieuwe tankeenheid opgesteld. En ik kreeg onmiddellijk een marsbevel van Argentan terug naar Ostpreußen.’ Hij had de hele reis voor niets gemaakt! 


Eenmaal in Rastenburg terug, werd hij onmiddellijk door gestuurd naar een speciale pantseropleiding in Mielau, het huidige Mlawa in Polen. Daar bevond zich zijn eenheid, de SS-Panzerjäger-Abteilung 9 van Hauptstrumführer Von Allwörden. Krüger was op dat moment al op een Panzerjäger 1 aan het 3,7 cm PaK opgeleid en wist hoe hij het antitankkanon moest bedienen, maar nu zou hij aan een Jagdpanzer IV met een 7,5 cm PaK opgeleid worden. Eind augustus 1944 arriveerden er plotseling 21 Jagdpanzer IV voertuigen. Nadat iedereen een voertuig toegewezen had gekregen, ging de hele colonne op transport. De 21 Jagdpanzer werden op treinen geladen en ze reden eindeloos door Duitsland, Nederland en België met als eindbestemming Mons. Ze moesten als Sperrverband assistentie gaan verlenen bij de verdediging van de zich terugtrekkende Duitse troepen. Onderweg kreeg het transport al met een luchtaanval te maken en een eerste tank viel uit. Hij kiepte van de wagon naar beneden en lag op de grond terwijl de trein gewoon doordenderde. Krüger weet de datum niet meer precies, maar hij vermoedt dat het rond vier september was, dat ze middenin de nacht in Mons uitgeladen werden. Daar stonden ze aan de kant van de weg met hun pantservoertuigen te wachten tot de volgende morgen: ‘Er was helemaal geen front meer. Allgemeiner Aufbruch! Rückzug! Alles hing met toevalligheid samen! We zouden naar het invasiefront moeten, maar plotseling werd er uitgeladen en moesten we ons opstellen voor een zo snel mogelijke terugtocht! De orde maakte al gauw plaats voor een complete wanorde!’ 

De volgende dag werden ze aangevallen door een Lightning bommenwerper. Ze dachten eerst dat het om een Tiefflieger ging met slechts boordgeschut. De manschappen waren daarom onder de trein gaan liggen, maar Krüger herkende de bommenwerper met dubbele staart en waarschuwde: ‘Weg hier! Die hebben bommen bij zich!’ Ze doken door de bosjes heen naar de naastgelegen akkerrand; hij heeft er nog de littekens van in het bovenbeen. Ze zagen hoe de jachtbommenwerper terugkeerde en de trein bombardeerde: ‘Het ging om seconden en alles was weg! We wisten helemaal niet waar de anderen gebleven waren, de hele afdeling was uit elkaar gevallen.’ De aanval had meerdere doden opgeleverd. Ze begroeven de gesneuvelden aan de zijkant van de weg en Krüger knutselde voor zijn kameraad nog provisorisch met wat hout een kruis in elkaar. Met de twee overgebleven tanks wist Krüger mee te komen naar Charlerois, waar ze ook weer beschoten werden en op de vlucht moesten. Vlak voor Maastricht kwam een tank zonder benzine tot stilstand. De bemanning kroop bij de enig overgebleven tank naar binnen en met negen man kwamen ze in Maastricht aan waar het pantservoertuig werd overgedragen aan het treinpersoneel: ‘We zijn door de straten gemarcheerd met een lied op onze lippen.’ De veteraan tikt met zijn wijsvinger tegen zijn slaap en schudt meewarig zijn hoofd.


Op 15 september kwam hij in een villa in Arnhem-Noord aan. De volgende dag volgde een overplaatsing naar de Lichtenbeekbosjes aan de Amsterdamseweg bij Oosterbeek. Een dag later zou de Slag om Arnhem uitbreken. Met een chocolade en sigaretten transport werd Krüger naar het Sauerland gestuurd. Eenmaal op de 23e september weer terug bij zijn eenheid, ditmaal in Arnhem-Noord, werd hij als Richtschütze op een net gearriveerde tank ingedeeld en moest hij het hoofdkwartier van de Britten in Hotel Hartenstein in Oosterbeek aanvallen. Bij die aanval werden de rupsbanden van de tank geraakt en de bemanning moest vluchten. De volgende dag maakte Krüger de 2 uur durende wapenstilstand mee bij Hotel De Tafelberg. 


Na de slag raakt hij betrokken in de felle strijd bij Seelow en maakte hij hachelijke avonturen mee. Uiteindelijk wist hij zijn Amerikaanse krijgsgevangenschap te overleven door te vluchten en vervolgens overleefde hij ook de zware verhoren door de Russische geheime dienst. Hij werd leraar en SPD raadslid in Lemgo. 


De oorlog heeft een ander mens van hem gemaakt, zo beweert de veteraan. De oorlog begon voor hem pas echt aan het oostfront bij Seelow, waar tank tegen tank oprukte: ‘Het oostfront was verschrikkelijk. Ook om niet in krijgsgevangenschap te komen. Er was nooit dat euforiegevoel, maar als ik aan de oorlog terug denk, schiet meteen het woord Arnhem mij te binnen. Daar zit ook een beetje schuld bij. Ik betreur het daarom ook dat het nog altijd niet mogelijk blijkt, onderscheid te maken tussen Waffen-SS en Schwarze-SS; die lui, die bij de concentratiekampen betrokken waren. Dat daar nu geen onderscheid in gemaakt wordt! En het waren al helemaal geen politieke redenen die mij ertoe bewogen hebben om me vrijwillig aan te melden. Het lokte me nou eenmaal … elitetroepen … en beetje belust op avontuur en zo ben ik erbij gekomen. En ik heb het ergens ook nooit berouwd. Daar beeld ik mezelf helemaal niets in! Absoluut niet! Ik weet wat de mensen van mij denken. Maar ja, wat wil je? Die unvernünftige Jugend! In politiek opzicht heb ik als zeventienjarige knaap een verkeerde keuze gemaakt, maar ik heb gekregen waarvoor ik gekozen had: avontuur! Meer dan me lief was! Ik heb lang zitten wikken en wegen of ik aan het interviewproject zou meedoen, maar als ik mijn bijdrage kan leveren aan de waarheid, dan wil ik mij graag in dienst stellen van de zaak. Uiteraard heb ik mij uitvoerig met ons Duitse verleden bezig gehouden. In 1940 zijn de Duitsers gewelddadig in ons vredelievend buurland Nederland binnen gemarcheerd; geen wonder dat de Nederlanders niet te spreken waren over die ‘Moffen’!’


Weten wat hij allemaal nog meer meegemaakt heeft? Lees: Weggemoffeld! Levensverhalen van Duitse Arnhemveteranen. Het boek is geschreven door drs. Ingrid Maan, die Duitse oorlogsveteranen interviewde over hun jeugdtijd, dienstoproep, inzet aan oost- en westfront, krijgsgevangenschap, terugkeer naar huis, hoe ze hun leven weer opbouwden en hoe ze als oude mannen terugkijken op die beladen tijd.


€ 24,95 - Hardcover, 310 pagina’s met foto’s